mobiliteitsvergoeding-cash-for-car-regeling

Mobiliteitsvergoeding: de ‘cash for car’-regeling onder de loep

Hoewel de wagen nog altijd heel wat voordelen biedt (zeker als je houder bent van een MAES tankkaart en dus goedkoop tankt), verliest dit klassieke vervoersmiddel stilaan aan populariteit. En dat is niet verwonderlijk. Het fileleed neemt toe en alternatieven zoals deelfietsen en elektrische steps of zelfs Ubers worden steeds aantrekkelijker. De regering speelt hierop in met initiatieven als het mobiliteitsbudget en de mobiliteitsvergoeding. Hier doen we de verschillen uit de doeken en belichten we de mobiliteitsvergoeding, die ook wel de ‘cash for car’-regeling wordt genoemd.

 

Mobiliteitsbudget of mobiliteitsvergoeding?

Hoewel de twee systemen weleens verward worden en inderdaad heel wat overeenkomsten vertonen, mag je het mobiliteitsbudget en de mobiliteitsvergoeding niet zomaar gelijkschakelen. Het mobiliteitsbudget laat toe dat werknemers hun bedrijfswagen inruilen voor een duurzamer exemplaar, terwijl werknemers die hun bedrijfswagen inleveren en voor een mobiliteitsvergoeding kiezen definitief afstand doen van een bedrijfsauto. Zij krijgen in ruil een vergoeding in cash.

Wie overstapt van een mobiliteitsvergoeding naar een mobiliteitsbudget, verliest uiteraard zijn recht op een mobiliteitsvergoeding – en omgekeerd.

 

De grootte van je mobiliteitsvergoeding

Hoeveel cash je krijgt in ruil voor je bedrijfswagen, hangt af van een aantal parameters. De mobiliteitsvergoeding wordt berekend met een formule die rekening houdt met onder meer de cataloguswaarde van de bedrijfswagen die je inlevert, de extra opties, de eventuele eigen werknemersbijdrage, en het feit of je al dan niet een tankkaart hebt. Namelijk:

  • 20% van 6/7 van de cataloguswaarde (min een eventuele eigen bijdrage in de wagenkosten) als je geen tankkaart had.
  • 24% van 6/7 van de cataloguswaarde (min een eventuele eigen bijdrage in de wagenkosten) als je wel een tankkaart had.

Het bedrag dat hieruit voortvloeit, wordt nog belast, maar je betaalt er als werknemer geen RSZ op. De mobiliteitsvergoeding kan bovendien stijgen of dalen bij een promotie of een functiewijziging (waarvoor je als werknemer recht zou hebben op een bedrijfswagen uit een hogere of een lagere categorie).

 

Wie komt in aanmerking voor ‘cash for car’?

Net zoals het mobiliteitsbudget, gaat de mobiliteitsvergoeding uit van een dubbele keuzevrijheid: de werkgever is vrij om te kiezen of hij het systeem invoert of niet (en of hij dit doet voor het hele bedrijf, of voor bepaalde afdelingen of individuele werknemers), en de werknemer is vrij om te kiezen of hij erop ingaat of niet. Zetten beide partijen het licht op groen, dan moeten er nog een aantal voorwaarden afgevinkt worden:

  • Als werkgever moet je al minstens drie jaar bedrijfswagens aanbieden aan je werknemers.
  • Als werknemer moet je de laatste drie jaar minstens een jaar lang een bedrijfswagen gehad hebben (en dit gedurende een ononderbroken periode van drie maanden voorafgaand aan de aanvraag van de mobiliteitsvergoeding). De ‘cash for car’-regeling kan echter ook worden aangevraagd door een werknemer die niet effectief over een bedrijfswagen beschikte, maar die hier in de onderneming wel recht op had (gedurende dezelfde periode).

 

De mobiliteitsvergoeding invoeren

Wie de ‘cash for car’-regeling wil introduceren in zijn organisatie, moet dat doen via de car policy, individuele overeenkomsten en de collectieve arbeidsovereenkomst. Het spreekt voor zich dat je het personeel hierover inlicht. De werknemers die willen instappen, dienen vervolgens een schriftelijke aanvraag in. De werkgever aanvaardt die aanvraag tot slot (ook schriftelijk) en het akkoord wordt opgenomen in de arbeidsovereenkomst.

Mobiliteit beheren was nooit zo eenvoudig

Ontdek de MAES Mobility Card.